FAQ

Hier tref je antwoorden aan op een aantal veelgestelde vragen over de herziening van het mbo. Misschien zijn het vragen die jij ook hebt. Mocht je geen antwoord op je vraag vinden, mail ons dan via info@herzieningmbo.nl.

Mag een school de additionele kosten voor het keuzedeel “Internationaal II; werken in het buitenland” doorberekenen aan de student?

Een student moet een MBO-opleiding kunnen volgen, waarbij voor de kosten rekening is gehouden met de lijn zoals geschetst in de meibrief 2012. In de brief van mei 2012 is uitgelegd dat een school de kosten moet dragen voor al het onderwijs en de examinering van een opleiding die noodzakelijk is voor het behalen van het desbetreffende diploma. Wel is het zo dat er zaken zijn waarvan het bevoegd gezag mag verlangen dat de student er zelf zorg voor draagt (boeken, werkkleding e.d.).

De student moet kunnen kiezen uit voldoende keuzedelen zonder additionele kosten. Dit hoeft niet te betekenen dat er nooit voor de keuzedelen afzonderlijk kosten aan de student mogen worden gevraagd. Voor het keuzedeel “Internationaal II; werken in het buitenland” geldt dat om het keuzedeel uit te kunnen voeren, het nodig is dat de student een BPV-plaats in het buitenland vindt. Daarmee gaan reis- en verblijfkosten gepaard. Deze kosten mogen op vrijwillige basis worden doorberekend aan de student mits de student daarnaast voldoende keuze heeft uit keuzedelen zonder additionele kosten.

Lees een uitgebreide toelichting in de publicatie Schoolkosten en keuzedelen.

Zijn scholen verplicht om de opleiding (of een keuzevariant binnen de opleiding) zonder aanvullende kosten voor bijvoorbeeld leermiddelen aan te bieden?

Keuzedelen maken onderdeel uit van de beroepsopleiding en dus moet voor de kosten worden voldaan aan de lijn zoals geschetst in de meibrief 2012. In de brief van mei 2012 is uitgelegd dat een instelling de kosten moet dragen voor al het onderwijs en de examinering van een opleiding die noodzakelijk zijn voor het behalen van het desbetreffende diploma. Wel is het zo dat er zaken zijn waarvan het bevoegd gezag mag verlangen dat de student er zelf zorg voor draagt (boeken, werkkleding e.d.). Een student moet een keuze kunnen maken tussen de door de school aangeboden keuzedelen, waarbij voor de kosten rekening is gehouden met de lijn zoals geschetst in de meibrief 2012. Dat geldt dus voor alle configuraties van keuzedelen
Uitleg begrip 'Configuratie van keuzedelen':Een keuzedeel of combinatie van keuzedelen waarmee aan de keuzedeelverplichting van de opleiding wordt voldaan.
. Twee varianten van keuzedelen met additionele kosten:

Keuzedelen met een ‘upje’

Indien er een keuzedeel wordt aangeboden dat een ‘upje’ (kosten) kent, dan mag de instelling voor dat ‘upje’ op basis van vrijwilligheid kosten in rekening brengen. Dat keuzedeel moet dus ook gevolgd kunnen worden zonder dit ‘upje’. Dit keuzedeel kan in het minimale aanbod van keuzedelen, danwel een configuratie worden opgenomen.

Keuzedelen waar geen kosteloze variant van bestaat

Er zijn ook keuzedelen waar geen kosteloze variant van bestaat. In dat geval moet de school alsnog voldoende kosteloze keuzedelen aanbieden om aan de aanbodverplichting te voldoen, zodat de student op het moment van het maken van de keuze kan kiezen uit minimaal twee keuzedelen zonder additionele kosten die inhoudelijk verschillen.

In dit artikel lees je meer over deze varianten en wordt als voorbeeld het keuzedeel “Internationaal II; werken in het buitenland” gebruikt. Bij dit keuzedeel is het bijna niet mogelijk om naast een variant met additionele kosten ook een kosteloze variant aan te bieden.

Welke keuzedelen mogen exameninstellingen aanbieden?

De exameninstelling kan de examinering van een beroepsopleiding verzorgen op voorwaarde dat dit gebeurt in opdracht van een school voor een opleiding waarvoor de exameninstelling het recht op examinering bezit.


Voor een beroepsopleiding gericht op de herziene kwalificatiestructuur mbo betreft de examinering naast de kwalificatie niet alleen de aan de betreffende kwalificatie gekoppelde keuzedelen, maar ook eventuele niet-gekoppelde keuzedelen die een student kiest. Dat geldt ook voor een exameninstelling waarbij uitbesteding van de examinering van een opleiding plaatsvindt. Een exameninstelling kan dus alleen die keuzedelen examineren die daadwerkelijk onderdeel uitmaken van de beroepsopleiding waarvan de examinering is uitbesteed aan die exameninstelling.

Hoe ziet het inspectietoezicht er vanaf 1 augustus 2016 uit?

Er wordt toezicht gehouden op de gehele diplomagerichte opleiding. Dus zowel op het onderwijs en de examinering voor de kwalificatie als op het onderwijs en examinering van de keuzedelen. De standaarden van de examenkwaliteit hebben betrekking op de gehele opleiding en vanaf 1 augustus 2016 dus ook op keuzedelen die daar onderdeel van uitmaken. Voor die opleidingen betekent het dat de dekking van het exameninstrumentarium, de beoordeling, de cesuur en de besluitvorming over de diplomering ook betrekking moet hebben op de keuzedelen van de opleiding van de betreffende examenkandidaat.


In het studiejaar 2016-2017 maakt de inhoud van het exameninstrumentarium van de keuzedelen nog geen onderdeel uit van de normering van standaard 1 (standaard 1: heeft betrekking op de inhoud van het exameninstrumentarium). De keuzedelen van een opleiding dienen wel geëxamineerd te worden en de resultaten van de keuzedelen moeten worden meegenomen in de diplomering. Als dit niet het geval is, dan leidt dat tot een onvoldoende voor standaard 3 (standaard 3 heeft betrekking op diplomering). Aan de hand van de standaarden en de normering beoordeelt de inspectie of de examenkwaliteit van een opleiding onvoldoende of voldoende is.

Waar vind ik alle vastgestelde wet- en regelgeving voor de herziening?

In dit artikel is een overzicht gepubliceerd met alle aangepaste wet- en regelgeving. Bij de onderdelen zijn linkjes geplaatst die direct naar de vastgestelde documenten verwijzen.

Mag een school toelatingseisen stellen aan deelname aan niet-gekoppelde keuzedelen?

In sommige gevallen is een zekere basiskennis essentieel voor de deelname aan een keuzedeel. Bijvoorbeeld vanwege de veiligheid van de student of een cliënt, patiënt, etc. Voor dergelijke gevallen kunnen scholen toelatingsbeleid formuleren. Scholen moeten er voor zorgen dat in het toelatingsbeleid wordt geborgd dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, de beslissing van de school goed wordt gemotiveerd én dat de student van te voren op de hoogte is gesteld van het toelatingsbeleid. Mocht een student het niet eens zijn met een beslissing, dan kan hij zich natuurlijk altijd wenden tot de klachtencommissie van de school.

Gelijke behandeling in gelijke gevallen betekent dat er wel een onderscheid gemaakt kan worden in de behandeling van studenten die het keuzedeel als gekoppeld keuzedeel hebben gekozen uit het aanbod bij de opleiding en studenten die het keuzedeel als niet-gekoppeld willen volgen. Het gaat immers niet om “gelijke gevallen”.

Mag een school een maximum aantal deelnemers stellen aan een keuzedeel?

Ja, net als dat een school uit doelmatigheidsoverwegingen een minimum aantal deelnemers voor een keuzedeel mag stellen, mag dat ook een maximum zijn. Wat voorop staat, is dat de keuzevrijheid van een student gerespecteerd moet worden en dat de de intentie daartoe moet blijken uit de aanpak en procedures van de school. Daarbij hoort dat de school de selectiecriteria op voorhand dient duidelijk te maken aan studenten. Dat kan in de vorm van “wie het eerst komt wie het eerst maalt”, een loting, een toelatingstest, of iets dergelijks.

Studenten moeten op een gelijke manier behandeld worden en de beslissing van de school moet op een deugdelijke manier gemotiveerd worden. Mocht een student het niet eens zijn met een beslissing, dan kan hij zich natuurlijk altijd wenden tot de klachtencommissie van de school.

Welke BOT- en BPV-uren voor de keuzedelen moeten worden opgenomen in de Onderwijs en examenregeling (OER/studiewijzer)?

Een diploma gerichte beroepsopleiding moet in z’n geheel voldoen aan de wettelijke normen die worden gesteld aan de hoeveelheid BOT en BPV. Alle combinaties van kwalificatie en keuzedelen die in het aanbod bij de opleiding worden aangeboden moeten aan die norm voldoen. De combinatie van keuzedelen met de minste BOT/BPV zijn daarin dus bepalend.

Onderwijsprogramma’s worden ingericht op opleidingsniveau, niet op het niveau van individuele studenten. Er wordt niet ingezoomd op de individuele studenten wat betreft gerealiseerde onderwijstijd, tenzij de inspectie twijfels heeft over de kwaliteit van het onderwijs op basis van constatering in hun onderzoek.

In de OER zou kunnen worden opgenomen dat een vast deel BOT en BPV in de kwalificatie zit, en tenminste xx BOT en BPV in de keuzedelen. Of er kan een bandbreedte worden aangegeven voor de keuzedelen.

Is het verplicht om de codering van kerntaken op de resultatenlijst te vermelden?

In de nieuwe kwalificatiedossiers wordt gebruik gemaakt van een codering zoals B1-K2 en P3-K1 om het basisdeel of profieldeel en de kerntaak aan te duiden. Het is niet verplicht om deze codering op de resultatenlijst te vermelden bij de kerntaak, maar het mag wel. SBB stelt deze codes beschikbaar in de XML, waardoor het mogelijk is om ze op te nemen.

Als een student verzoekt om een keuzedeel te volgen dat niet door de school wordt aangeboden, moet de school dan faciliteren dat de student het keuzedeel bij een andere school kan volgen?

Nee, de school hoeft dat niet te doen. Scholen kunnen wel onderling afspraken maken over het “uitwisselen” van studenten voor keuzedelen of het gezamenlijk aanbieden van keuzedelen, maar dat hoéft niet. Ook niet als een student een verzoek doet voor een niet-gekoppeld keuzedeel. Immers, de student kan bij zijn verzoek putten uit het aanbod van de school. Als het keuzedeel daarin niet is opgenomen, kan het verzoek afgewezen worden.
Wij gebruiken cookies om het bezoeken van onze website gemakkelijk en gebruiksvriendelijk te maken. Lees meer over cookies.